Toen Philips omstreeks 1999 de Vitae infraroodstraler (halogeen) speciaal voor infraroodcabines op de markt bracht, was dieptewerking het nieuwe toverwoord. Door deze Vitae straler word namelijk ook kortgolvig infrarood uitgestraald.

Kortgolvig infrarood heeft veel eigenschappen gemeen met zichtbaar licht, ook het doordringen in de huid. Deze dieptewerking is bij de juiste stralers beperkt tot maximaal 5mm en dit is afhankelijk van de hoeveelheid pigment in de huid zelfs minder. Spieren en gewrichten worden dus niet bereikt met deze dieptewerking.

Dieptewerking is natuurlijk wel het woord wat iedereen wil horen, omdat het in veel gevallen gaat om pijnlijke spieren en gewrichten. Leveranciers van infraroodcabines gebruiken dit woord dan ook maar al te graag. Tegenwoordig wordt de Vitae lamp vanwege de prijs alleen nog maar gebruikt in "high end" cabines. De nagemaakte varianten en andere halogeenstralers worden meestal aangeduid als "full-spectrum" of halogeenstralers".

Heeft dieptewerking dan geen enkele waarde? Jawel, kortgolvig infrarood brengt op een efficiëntere wijze warmte over op het lichaam. Dit houdt vaak in dat sessies bekort kunnen/moeten worden.

Zijn full-spectrum-stralers dan niet beter voor spieren en gewrichten? Wetenschappelijk is (nog) niet aangetoond dat dit werkelijk het geval is, of we moeten iets over het hoofd gezien hebben. Wel is het zo dat met full-spectrum cabines met lagere omgevingstemperatuur een vergelijkbare hoeveelheid warmte op het lichaam  kan worden overgebracht. Voor sommige gebruikers is dit een groot voordeel.

 

 

De zon is de grootste bron van infrarood op onze aarde. Zonder infrarood zou er geen leven op aarde mogelijk zijn. Het is ook de meest voorkomende "straling" in de natuur.

Infraroodstraling is een ander woord voor warmtestraling en een deel van het elektromagnetische spectrum net naast het rood van het zichtbare licht. Dit is dus aan de veilige kant van het elektromagnetische spectrum.

Infrarood is dus onzichtbaar voor het menselijk oog, maar heeft toch bijna alle eigenschappen die licht ook heeft:

  • Plant zich voort met de snelheid van licht.
  • Het kan ook gericht en gefocust worden met reflectoren.
  • Wordt ook tegengehouden door materialen waar licht niet doorheen komt.

Wanneer infrarood wordt geabsorbeerd door een object wordt door dit object warm. De atomen van het object worden in trilling gebracht. Hoe sneller atomen trillen hoe hoger de temperatuur.

Warmtestraling is iets wat door alles wat met een temperatuur boven het nulpunt wordt uitgestraald, want boven het absolute nulpunt trillen de atomen al. Ook mensen stralen dus infrarood uit! Trillende atomen veroorzaken infraroodstraling en andersom zorgt infrarood voor trillende atomen.

Infraroodspectrum wordt weer opgedeeld in 3 stukken:

  1. IR-A, Kortgolvig infrarood, zit het dichtst tegen het zichtbare rood aan.
  2. IR-B, Middengolvig infrarood
  3. IR-C, Langgolvig infrarood

In infraroodcabines wordt met name veel gebruik gemaakt van langgolvig infrarood. Bij gebruikmaking van "full-spectrum-stralers", het woord zegt het al, wordt in het gehele infraroodspectrum infrarood uitgestraald.

De werking van een infraroodcabine is gebaseerd op de infrarood warmte die opgewekt wordt in de hiervoor speciaal gemaakte infrarood elementen. Het kenmerk van infrarood warmte is dat deze warmte wordt overgebracht naar de huid zonder dat er warme lucht aan te pas komt. Het best is dit te vergelijken met een auto in de volle zon. De auto wordt veel warmer dan de buitenlucht als gevolg van het infrarood van de zon. In een infraroodcabine is de warme lucht overigens ook een component voor de warmteoverdracht. Als de deur wordt opengelaten zal een infraroodcabine minder effectief zijn.

Omdat niet eerst de lucht opgewarmd hoeft te worden (zoals dat bij een gewone sauna wel het geval is) zijn er diverse voordelen ten opzichte van de sauna.
De opwarmtijd is vele malen korter (0 tot 5 minuten), de gebruikte energie veel minder - slechts 15% tot 30%.

Omdat de temperatuur veel lager kan zijn dan in een traditionele sauna is de infraroodcabine geschikt voor een hele grote groep gebruikers. Astma patiënten en oudere mensen kunnen bijvoorbeeld bijna allemaal zonder problemen van een infraroodcabine gebruik maken.

Infrarood wordt uitsluitend gebruikt om het lichaam op te warmen. Het gebruikte infrarood kan bijna niet het lichaam indringen (lees hieronder bij IR-A meer over de doordringbaarheid).
Een infraroodcabine is dus géén "magnetron" die heilzame straling direct op de spieren en gewrichten laat inwerken.

Zonder hele hoge temperaturen zoals in een sauna, wordt in een infraroodcabine veel warmte op het lichaam overgedragen, waardoor de bloedcirculatie in het lichaam gestimuleerd wordt.
Het lichaam wil niet dat haar organen warmer worden dan 37 graden en gaat daarom transpireren. Hiervoor is extra bloedcirculatie nodig naar de huid. Ook spieren en gewrichten profiteren van deze extra toevoer van bloed.
Dit verklaard waarom infraroodcabines ook een diepere werking hebben dan de maximale indringing van 3-5mm dat kortgolvig infrarood zoals gebruikt in infraroodcabines kan hebben.

Kortegolf infrarood ofwel IR-A  (0,78 – 1,40 µm)

Deze straling dringt bij een pigmentloze blanke huid het lichaam maximaal 3 tot 5mm binnen.
Deze vorm van infrarood is onderdeel van een full-spectrum-straler.
Deze vorm van infrarood bevat het meeste energie en is daarom het meest effectief in warmteoverdracht over een grotere afstand.
Puur IR-A is niet geschikt voor infraroodcabines!

Middengolf infrarood ofwel IR-B (1,40 – 3,00 µm)

Dit infrarood dringt niet door de huid heen. Komt in kleine mate voor in “lange golf stralers” en is het grootste bestandsdeel van full-spectrum-stralers. Een specifiek op deze golflengte gerichte straler wordt niet gemaakt.

Langegolf infrarood ofwel IR-C (3,00 – 1000 µm)

Deze golflengte (net boven de 3µm) wordt in alle infraroodcabines gebruikt. Deze vorm van infrarood wordt meestal als de meest comfortabele ervaren. 

Er bestaan geen stralers die één exacte golflengte hebben. Ze kunnen wel in een specifieke deel van het IR-spectrum de meeste energie uitstralen. Een straler wordt ingedeeld in IR-A (kortgolvig), IR-B (middengolvig) of IR-C (langgolvig) als de piek van de uitgestraalde energie in één van deze drie categorieën valt. 

Alle stralers die licht geven, bevatten in ieder geval kortgolvig infrarood. Dit geldt overigens ook voor normale halogeen- en gloeilampen.

In principe geldt hoe heter de gloeidraad hoe witter het licht, hoe meer kortgolvig infrarood in verhouding wordt uitgestraald. Met behulp van meestal een rode filter kan vervolgens een deel van het zichtbare licht en een deel van het kortgolvig infrarood er weer uitgefilterd worden. Dit wordt in infraroodcabines regelmatig toegepast. Grote hoeveelheden kortgolvig infrarood door te hete stralers zonder filter kan schadelijk zijn voor de ogen. 

Ook bij dimmen van de straler veranderd de temperatuur en daarmee de verhouding tussen IR-A, -B en -C.

Golflengtes en temperatuur bij infraroodcabines :
Kortgolvig (IR-A) : 1200 - 2200 oC
Middengolvig (IR-B): 750 - 1200 oC
Langgolvig (IR-C): tot 750 oC

IR spectraal verdeling kortegolf IR-lamp

Infrarood magnesiumoxide element spectraalverdeling

Infrarood spectraal verdeling paneelstraler

Infrarood spectraalverdeling gedimde kortegolf straler

Als op deze vraag een makkelijk en kort antwoord mogelijk was zouden alle stralers in alle cabines hetzelfde zijn.

Een aantal fabrikanten zoals Infrawave heeft het zekere voor het onzekere genomen en grote "Duo-stralers" als standaard in de cabine gemonteerd. Vervolgens kan met een 2-zone dimmer de sterkte helemaal naar wens worden ingesteld. Op deze manier is het hele gangbare infraroodspectrum bereikbaar in de cabine, afhankelijk van de keuze van straler (halogeen of magnesiumoxide) en in combinatie met de dimmer is alles mogelijk

Helaas zijn ook in de wereld van de infraroodcabines de stralers en bijbehorende adviezen vaak puur commercieel ingegeven. Daarom hieronder een zo helder mogelijke uitleg.

Wat moet een infraroodstraler in een infraroodcabine doen:

  • Een aangename hoeveelheid infrarood op een zo groot mogelijk deel van het lichaam stralen.
  • De cabine langzaam verwarmen tot een eindtemperatuur van maximaal 60 graden. (Het totale vermogen van de infraroodstralers moet in balans zijn met de grootte van de cabine)

Hiervoor zijn verschillende type IR-stralers ontwikkeld.

  • Magnesiumoxide stralers: RVS of Incoloy buisjes gevuld met weerstandsdraad en magnesiumoxide.
    eigenschappen: Max. 300°C, Langgolvig, onverslijtbaar, zonder dimmen perfecte afgifte van IR.
  • Paneelstralers: Plaatmateriaal aan de achterzijde verwarmd met weerstanden.
    eigenschappen: Max. 70°C, Langgolvig, zeer groot oppervlak, alleen voor dichtbij geschikt.
  • Halogeenstralers: Halogeenlampen zoals de Vitae full-spectrum
    eigenschappen: Max. 2200°C, Ongedimd heel veel kortgolvig IR. Indien gedimd verdwijnt veel kortgolvig infrarood!
  • Combi- of duostralers: Een Magnesiumoxidestraler en een halogeenstraler samen in één behuizing.
    eigenschappen: zie hierboven
  • Keramische straler: Een keramische buis met weerstandsdraad gevuld met een soort zand.
    eigenschappen: Max 300°C, Langgolvig, goedkoopste straler die er is, kwetsbaar voor breuk.

De belangrijkste verschillen zijn:

  • Grootte van het stralingsoppervlak (inclusief eventuele reflector)
  • Vermogen van de straler.
  • De oppervlaktetemperatuur van het element van de infraroodstraler. (waardoor verschillende IR golflengtes worden uitgestraald)

Een zo groot mogelijk deel van het lichaam:
Om een zo groot mogelijk deel van het lichaam te bereiken worden minimaal 4 infraroodstralers in een cabine toegepast. Met name aan de rugzijde is het van belang dat de stralers inclusief reflector een zo groot mogelijk oppervlak hebben. Een kleine straler met gelijk vermogen als een grotere, zal een klein deel van de rug zo erg kunnen verwarmen dat het niet aangenaam meer is. Een grotere straler verdeeld zijn vermogen over een groter deel van de rug, wat veel comfortabeler aanvoelt.

Langzaam verwarmen:
Een infraroodcabine werkt het beste als er ongeveer 30minuten in wordt gezeten. In deze tijd loopt als het goed is de temperatuur op tot ongeveer 60 graden (vlak onder het plafond). Hiervoor moet het vermogen van de stralers wel op de cabine zijn afgesteld. Een goede fabrikant zorgt ervoor dat dit in balans is. Cabines die buiten geplaatst worden moeten dikwijls wat meer vermogen hebben.

Vermogens van de stralers:
Rugstralers hebben een maximaal vermogen van 300-350W omdat het anders te intensief wordt. Andere stralers in een infraroodcabine zijn 400 tot 750W. (meestal 500W)
Stralers aan de voorzijde van een infraroodcabine bestrijken een veel groter oppervlak omdat de afstand tot deze stralers een stuk groter is als de rugstralers.

Infraroodcabine 1-persoonsEen Infraroodsauna is een veelgebruikt woord voor infraroodcabine, en is eigenlijk geen sauna maar een warmtestralingscabine. In de Infraroodcabine zijn infraroodelementen geplaatst. Deze elementen geven een directe stralingswarmte die u direct verwarmen. Deze infraroodstraling verwarmt voor een gedeelte direct uw lichaam (en voor het andere gedeelte de binnenzijde en de lucht in de cabine). Hierdoor bestaat er een effectieve gecombineerde warmteoverdracht naar uw lichaam.

Normaal gesproken wordt uw lichaam verwarmd of gekoeld door geleiding van warmte door de lucht of water waarmee het in contact komt. Een uitzondering hierop is als de blote huid direct in contact komt met infraroodstraling zoals in de zon en in een infraroodcabine. De overdracht van warmte in een infraroodcabine ligt dus veel hoger als bij verwarming door de temperatuur in de cabine alleen.

De infraroodcabine komt oorspronkelijk uit Japan en wordt tegenwoordig veel gebruikt en geadviseerd, zowel door artsen als fysiotherapeuten. Andere benamingen voor de infraroodcabine zijn onder andere infraroodsauna of IR-cabine.

vrouw in infraroodcabineEen infraroodcabine hoeft maar heel kort voor te warmen. In normale omstandigheden nooit meer als 5 minuten en dat geldt voor alle soorten die er zijn.

Beginnen van de infraroodsessie bij een luchttemperatuur in de infraroodcabine vanaf ongeveer 25 graden is aangenaam. Onder invloed van de warmtestraling voelt dit overigens al veel warmer aan dan 25 graden.

In praktijk is voor ieder type cabine met voldoende vermogen ongeveer 5 minuten genoeg om dit te halen.
Bij full-spectrum-stralers is de maximale intensiteit van de lampen binnen enkele seconden aanwezig. Dit kan soms genoeg zijn om zonder voorverwarmen al aangenaam in de cabine plaats te nemen terwijl deze dan misschien nog maar 19 graden is.

Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen:

Staat de cabine in een onverwarmd tuinhuisje en het is daar in de winter maar 5 graden, dan kan dit makkelijk oplopen naar 15 tot 20 minuten.

 

De Sauna in het kort

(bron: www.sauna.fi)

De sauna is al heel oud. Reeds in de oudheid waren stoombaden zeer populair. Veel volkeren kenden wel één of andere vorm van sauna. In Finland bestaat hij al 2000 jaar. De sauna veranderde in de loop der tijden. In het begin was het waarschijnlijk niet meer dan een gat in een heuvelflank. Vandaag de dag is het meestal een hutje aan een meer. Maar zelfs in appartementen worden sauna's ingericht. De muren, het plafond en de vloer zijn van hout. In een soort kom worden natuurstenen gelegd. Die kom wordt verhit, soms met gas maar meestal elektrisch. Zo wordt dus de sauna verwarmd.

Voor je de sauna binnengaat, moet je een douche nemen. In de sauna is het 60 tot 90°C. Het lijkt nog heter te worden wanneer er water op de stenen gegoten wordt. Daardoor voel je je de eerste minuten als een kreeft die in een pan wordt gestopt. Door de vochtige hitte begin je te zweten. Om de bloedsomloop te versnellen, slaan vele mensen zich zacht met berkentwijgjes. Na ongeveer 10 minuten verlaat men de sauna. Na nog een korte douche gaat iedereen naar buiten. Hoewel het erg koud is, is er niemand die bibbert. De moedigste rollen zich in de sneeuw of ze nemen een dik in het meer. Daarna kleedt iedereen zich weer aan. Na zo'n saunabeurt voel je je weer in topvorm.

In 1990 telde Finland 1.500.000 sauna's voor 4.900.000 inwoners. Dit is dus per 3.2666 inwoners een sauna. Dit is waarschijnlijk een wereldrecord! Zelfs wanneer ze op reis gaan, willen de Finnen hun sauna niet missen. De soldaten die een opdracht vervullen voor de verenigde naties bouwen een sauna in elke basis waar ze verblijven. Zelfs schepen hebben een sauna en men denkt erover treinen ermee uit te rusten...

De Finnen gaan minstens één of twee keer per week naar de sauna. Op het platteland bevallen vrouwen zelfs in de sauna. En ook de doden worden er in opgebaard.

Sommigen vinden een duik in het ijskoude water niet genoeg. Ze willen er nog een schepje bovenop doen. Er worden 2 gaten in het ijs gemaakt op 5à6 meter van elkaar. De waaghalzen moeten onder het ijs van het ene gat naar het andere zwemmen. De kans dat ze het niet halen is zeer groot. De meeste Finnen zijn het erover eens dat dit "spel" helemaal niet bij de sauna hoort en dat je moet gek zijn om het te doen.

Het ontstaan van de Finse sauna

Waarschijnlijk beschikken de Finnen al ca. 2000 jaar over de sauna, hoewel nog bestaande documenten waarin melding wordt gemaakt van de sauna hoogstens 1000 jaar oud zijn.

De grondsauna

Grondsauna in Karelië, begin 20e eeuw (Samuli Paulaharju)

De eerste sauna's waren waarschijnlijk slechts uitgegraven kuilen in de helling van een heuvel. Deze werden voornamelijk gebruikt als onderdak tijdens de wintermaanden. Voor warmte werden in een kuil stenen opgewarmd totdat ze gloeiend heet waren. Daarna werd er water over de stenen gegooid om stoom te creëren waardoor er meer warmte werd afgegeven. De temperatuur liep zo hoog op dat de mensen hun kleren konden uitrekken. In Finland zijn nog een aantal van deze "holsaunas" te vinden. Het woord sauna is een oud Fins woord waarvan de precieze betekenis niet geheel duidelijk is. Verwacht wordt dat de oorspronkelijke betekenis schuilt in het type onderdak zoals boven wordt omschreven.

De eerste sauna's werden voornamelijk gebruikt voor onderdak, en daarnaast voor het nemen van een bad. Gebouwen die als sauna en als huis in gebruik waren, werden tot in de late 19e eeuw in Finland aangetroffen. Behalve dit allereerste type sauna is de saunaruimte normaliter altijd gescheiden van de woonruimte. Dit werd al beschreven in documenten uit de 12de eeuw.

Moderne grondsauna
De meer geavanceerde grond- of holsauna had een dak dat werd ondersteund door boomstammen en een deur opgehangen aan scharnieren. Dit type sauna wordt nog steeds gebruikt in Finland. Sommige Finnen vinden de grondsauna nog steeds zo goed, dat er zelfs nieuwe worden gebouwd.

Rooksauna
Het standaard type sauna dat al sinds jaar en dag bestaat is de rechthoekige ruimte gemaakt van boomstammen. In deze ruimte staat op een plateau een open kachel met stenen. Dit is de originele "savusauna" (rooksauna), door veel Finnen beschouwd als ongeëvenaard. Als de stenen in de kachel worden verwarmd, cirkelt de rook van het brandende hout door de ruimte. De rook verdwijnt uiteindelijk via een gat in het dak of via de deur die op een kier wordt gezet. De rook maakt de ruimte zwart waardoor het noodzakelijk is dat de grond en de banken worden gewassen voordat men erop gaat zitten. Tevens laat de rook een prettige aroma achter. Let wel, de roet is niet vies en heeft zelfs een reinigende werking

Nieuwer type rooksauna met omhulsel van baksteen
Sauna met schoorsteen
Tot het begin van de 20ste eeuw was de rooksauna de enige sauna die er was. Ondanks de prettige aroma en de zachte löyly heeft het een aantal nadelen: het opwarmen duurt enige tijd, de banken en vloer moeten elke keer schoon worden gemaakt en er bestaat een reële kans op brand.Ongeveer 100 jaar geleden werd er een ander type kachel ontwikkeld die de rooksauna begon te overtreffen: de stenen van de sauna werden bedekt met een metalen top in de vorm van een kegel. Deze metalen constructie werd vastgemaakt aan een schoorsteen waarlangs de rook werd afgevoerd. Een luik boven de schoorsteen kon open of dicht. Op die manier werd de temperatuur van de sauna beheerst. Ook werd het luik gebruikt om water op de stenen te kunnen gooien. Het opwarmen van een rooksauna duurde 3-4 uur. Daarna moest de sauna nog een paar uur neerslaan voordat het echte baden kon beginnen. Met de schoorsteensauna kon men vrijwel direct na het doven van het vuur de sauna betreden. Dan werd de schoorsteen afgesloten met een metalen paat om er voor te zorgen dat er geen hete lucht via schoorsteen ontsnapte.

Sauna-kachel met schoorsteen
Dit nieuwe type sauna verspreidde zich snel en in de jaren vijftig bestond de helft van alle saunas in Finland uit dit type. In het oosten en het noorden van het land bleven de rooksauna's langer bestaan. In veel plaatsen werden de nieuwere sauna's naast de bestaande rooksauna's gebouwd. Aangezien het opwarmen en onderhouden van de schoorsteensaunas veel makkelijker is, werden de rooksaunas niet meer gebruikt. Zij rotten weg en werden neergehaald.  Een andere factor ten gunste van de schoorsteensauna was de industrialisatie en verstedelijking van het land. Op het platteland had elk huis een sauna, maar in de stad moest men openbare sauna's gebruiken. De kachels hiervan hadden schoorstenen (om duidelijke redenen) en men was aan dit type sauna gewend geraakt.In de jaren twintig en dertig van de 20e eeuw begonnen veel stedelingen hun eigen zomerhuisjes te bouwen op het platteland, normaliter aan een meer of aan de zee. Als eerste bouwde men de sauna. Nagenoeg allemaal waren ze van het nieuwe type en gewoonlijk werd een extra kamer toegevoegd waar men kon wonen tot een groter vakantiehuis gebouwd was.

Kachel voor continue warmte
In de rooksauna en schoorsteensauna gaan de vlammen van het vuur direct door de stenen. Het baden kan dus pas beginnen als de vlammen zijn gedoofd. In de jaren dertig werd nog een ander type sauna uitgevonden: ook met een schoorsteen maar ditmaal raakt het vuur de stenen niet direct. De stenen liggen in een metalen bak boven het vuur en worden opgewarmd via ijzeren elementen die zich tussen de stenen bevinden en de warmte verspreiden. Het vuur brandt continue, ook als de sauna wordt gebruikt. De intensiteit van het vuur bepaalt de temperatuur van de stenen en de sauna. Een sauna van dit type kan al 30 minuten na het aansteken van het vuur worden gebruikt. Aan de andere hand moet het vuur constant in de gaten worden gehouden en vinden veel mensen dat de kwaliteit van de löyly niet gelijk staat aan de löyly die men ervaart in een schoorsteensauna, laat staan een rooksauna. Echter, het praktische en gebruikersvriendelijke karakter van de nieuwe kachel heeft het tot de populairste houten sauna in Finland gemaakt.

Elektrische kachel
De elektrische kachel is de nieuwste uitvinding in de geschiedenis van de Finse sauna. Het werkt in principe op dezelfde manier als de houten sauna met continue warmte, maar in plaats van een brandend vuur worden elektrische weerstanden gebruikt om de stenen op te warmen. Het gebruikersgemak van de sauna heeft ertoe geleid dat dit type sauna het meest populair is geworden in Finland van alle soorten saunas. In veel locaties, zoals hotels en flatgebouwen, waar houten saunas taboe zijn, vormen de elektrische kachels de enige mogelijkheid voor het hebben van een sauna.

Een belangrijk element in elke sauna zijn de stenen en het opgieten van water. Hoe meer stenen, des te meer energie nodig is om deze te verhitten. De löyly is echter aangenamer. Sommige kachels hebben zelfs nauwelijks stenen. In de betere elektrische kachels zijn voldoende stenen zodat er water op kan worden gegoten zonder dat er kortsluiting ontstaat. In het algemeen worden elektrische kachels niet beschouwd als even goed als de hout gestookte kachels.

Andere soorten kachels
Bijna elke brandstof kan in een saunakachel worden gebruikt, zoals gas en olie. Dit is echter zeldzaam in Finland. Gas en vooral olie kunnen een afwijkende geur veroorzaken, hetgeen niet thuishoort in de sauna-atmosfeer.

Ontwikkeling van het sauna-gebouw
De oude rooksauna's hebben slechts één vertrek met kachel en verhoging (om op te zitten). Water werd weinig gebruikt en het lichaam werd gereinigd door zweten en de vihta of vasta (tak van een berk). Zeep bestond niet tot de 19e eeuw. Wassen en afkoelen gebeurde in een meer of rivier door water over het lichaam te gooien of in de winter door te rollen in de sneeuw. Als heet water werd gebruikt, werd dit in een houten vat verhit door er hete stenen in te doen.Men kwam licht gekleed naar de sauna. De kleren werden opgehangen aan spijkers buiten de sauna. Na de sauna werden de kleren weer aangetrokken. Het was echter praktischer om naakt de sauna te verlaten om goed af te koelen en naar gelang de behoefte geleidelijk aan kleren aan te trekken.
Met het verschijnen van zeep, werd het wassen van het lichaam belangrijker. Een vat met heet water werd aan de kachel vastgemaakt en het wassen gebeurde in de sauna. In de zomer maakt het niet veel uit, maar in de winter was buiten wassen niet echt aangenaam!
In openbare sauna's in de steden waren de hete en wasvertrekken gescheiden van elkaar. Met het verspreid raken van de schoorsteensauna kwam dit geleidelijk aan ook opzetten in privé-sauna's. Immers, jezelf wassen is lekkerder in een koele ruimte.
Het saunagebouw ontwikkelde zich ook in andere opzichten. Vanaf de jaren twintig hadden veel sauna's een veranda en een aparte kleedkamer. In het geval van een sauna als zomerhuisje, werden andere vertrekken, zoals keuken en slaapkamer vaak toegevoegd als geen ander gebouw beschikbaar was.
De muren en het plafond in elke Finse sauna zijn van hout. De vloer in de oude rooksauna was meestal van gewone aarde. De volgende fase was een vloer van planken en uiteindelijk vloeren met tegels op beton.

 

 

Red CedarRed Cedar

De meeste infraroodcabine worden gemaakt van Redcedar.

Deze houtsoort heeft een aantal specifieke eigenschappen waardoor het o.a. zeer geschikt is voor infraroodcabines.
Een belangrijke eigenschap van Redcdar is dat het ook na jaren nog steeds mooi oogt. Redcedar verkleurt namelijk niet op een manier zoals dennenhout dat het na een paar jaar geel-bruin en armoedig toont. Het wordt alleen donkerder.
Redcedar heeft van nature een stof in zich die bacteriën en schimmels tegenwerkt.

Daarnaast "werkt" het hout veel minder als dennenhout soorten. Noesten zitten er niet in en hars loopt er niet uit. Ook de speciale geur van het Redcedar wordt door velen gezien als een pluspunt.

Redcedar's groeien alleen in Canada (Britisch Colombia) en behoren tot de coniferen. (Tuya)

De naam "Red Cedar" zou haast vermoeden dat er ook andere kleuren Cedar's zijn. Dit is echter niet waar. Soms wordt door fabrikanten aangegeven dat een cabine gemaakt is van "white cedar". Dit is een niet bestaande fantasienaam en wordt dan ook meestal gebruikt om inferieure houtsoorten een zweem van kwaliteit te geven.

Hemlock

Een houtsoort die wel veel op Redcedar lijkt is Hemlock. Dit is de meest misbruikte naam van hout de laatste jaren. Ook dit is een in Canada groeiende Tuya-soort. De prijs van Hemlock is ongeveer gelijk aan die van Redcedar. Dus als een fabrikant cabines aanbied in "Hemlock" kan de prijs nooit lager zijn als van Redcedar. Is dit wel het geval, dan is de "Hemlock" waarschijnlijk geen Hemlock!.